Dierenartspraktijk Loosdrechtseweg

Adres en openingstijden

Ons adres:

Loosdrechtseweg 3
1217 TE Hilversum
035 - 624 85 28

Onze openingstijden:

Maandag t/m Donderdag: 08:00 - 18:00 uur
Vrijdag: 08:00 - 20:00 uur
Zaterdag: 14:00 - 17:00 uur
Behandeling is alleen op afspraak.

Facebook:


Facebook


Aan- en afmelden

Veelgestelde vragen

Hieronder staan enkele categorieën waar verder ingegaan wordt op vragen over honden, katten, konijnen en algemene zaken over huisdieren.

Honden en katten - Algemeen
Met de hond of kat naar het buitenland: waarmee moet je rekening houden?

Met Uw hond of kat naar het buitenland

Verplichtingen

Allereerst wordt in alle landen die u vanuit Nederland bezoekt geëist dat uw dier is ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid). Voor haast alle EU landen geldt dat ze willen dat de inenting minimaal 3 weken voor binnenkomst in het land is gegeven. Preventief geven we zelfs al het advies om tegen rabiës te enten als u naar (Zuid-)Limburg op vakantie gaat. Voor de Veluwe is het rabiës risico erg klein maar sommige campings vragen wel om een inenting tegen hondsdolheid.Ook Nederland eist een bloedonderzoek op rabiësantistoffen. Dit geldt met name voor dieren die van buiten de EU hier heen komen maar óók voor dieren die daar vanuit Nederland op vakantie mee naartoe zijn geweest. Voor die laatste groep moet er vóór vertrek een bloedonderzoek gedaan zijn. Enkele voorbeelden van landen waarvoor dit geldt zijn: Macedonië en Servië/Montenegro, maar ook Marokko en Turkije.

Uw dier moet een chip hebben of een duidelijk leesbare tatoeage. Alle honden die vanaf 1 april 2013 Nederland binnengebracht worden en langer dan drie maanden blijven, moeten verplicht gechipt zijn en geregistreerd worden bij een van de daarvoor aangewezen databanken.

Alle gegevens moeten in een internationaal erkend dierenpaspoort staan.

Een aantal landen vraagt vaak ook om een speciale ontworming en soms ook een tekenbehandeling, meestal binnen 1 tot 5 dagen voor u het land binnenkomt (vaak nog officieel door de dierenarts uitgevoerd en in het paspoort vermeld met stempel en handtekening en datum en tijd).

Dus als u naar een (bijzonder) buitenland gaat; informeer even op de praktijk naar de specifieke eisen. We hebben een map met informatie over alle eisen per land. Of kijk op www.licg.nl.

Voor katten en fretten gelden soms weer andere regels dan voor de hond. Ook hier geldt; informeer even bij ons, of kijk op www.licg.nl.

 

 

Back to top
Vlooien bij hond en kat

Vlooien bij de hond en kat

Inleiding

Een veel voorkomend probleem bij honden en katten is de aanwezigheid van vlooien. Deze kleine snelle insecten geven vaak heftige jeukklachten wat leidt tot bijten en krabben van de huid. Het kan soms lastig zijn om de aanwezigheid van vlooien aan te tonen. Dit komt mede omdat de vlooien niet op de hond of kat leven maar er alleen maar eten. Nadat ze gegeten hebben verdwijnen ze weer snel in de omgeving. In de meeste gevallen zal dat in huis zijn op de slaap of ligplaats van de hond of kat. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de vlooien in de omgeving leven en maar slechts 1% op de hond of kat zelf aanwezig zijn. De vlo die je dus op de hond of kat vindt is dus maar het topje van de ijsberg. Je kunt daarom beter kijken naar de aanwezigheid van vlooienpoepjes. Dit zijn rood/bruine korreltjes die zich tussen de haren bevinden. Als je deze korreltjes op een nat stukje wit keukenpapier legt zullen ze de korreltjes rood/bruin afgeven, dit is het bewijs dat het om vlooienpoepjes gaat en niet om zand.

De vlo

Een vlo heeft bloed nodig om zich voort te planten. Na een bloedmaaltijd legt een vlo 10 tallen tot 100 eitjes in de vacht van de hond of kat. Deze eitjes vallen weer van de hond of kat af in de directe omgeving. In de meeste gevallen ontwikkelen deze eitjes zich in een tijd van 6 tot 8 weken weer in een volwassen vlo. Bij hogere temperaturen gaat dit sneller en bij lagere temperaturen duurt het langer en kan het soms tot wel 4 maanden duren. De nieuwe vlooien gaan weer opzoek naar een bloedmaaltijd. Dit kan op grote schaal en zeer explosief gebeuren, vooral na een vakantieperiode. Je spreekt dan van een vlooienplaag. Dit komt geregeld in de zomer voor maar ook in de herfst als de temperatuur weer gaat zakken en in huis de verwarming aan gaat. Ook buiten kunnen de eitjes overleven zolang het maar niet vriest. De cyclus buiten komt vanaf de 12℃C stil te liggen, dan kruipen de vlooien en larve diep weg om de winter te overleven. Zodra de temperatuur weer hoog genoeg is komen de vlooien weer tevoorschijn en kunnen ze uw hond of kat weer besmetten.

De Cyclus van de vlo

De vlo springt op de hond of kat en heeft daar een bloedmaaltijd, binnen 24uur legt zij haar eitjes in de vacht van de hond of kat. Deze eitjes vallen na een paar uur uit de vacht in de omgeving. Na 2 tot 114 dagen afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid hebben de eitjes zich ontwikkeld tot larve en komen de eitjes uit. Deze larven leven als larve tussen de 5 en 60 dagen en voeden zich met vlooienpoepjes en huidschilfers van de hond en kat. De larven zijn lichtschuw en kruipen weg in kieren en naden en veranderen dan weer verder tot een pop/cocon. In de pop/cocon ontwikkelen ze zich verder tot een volwassen vlo. Als ze het volwassen stadium hebben bereikt komt de pop/cocon uit zodra de omstandigheden het gunstigst zijn. Dit kan tot wel 2 jaar duren.foto cyclus_vlo_web_400x407.png

Gevolgen

Om aan bloed te komen bijt de vlo een klein bloedvat aan en zuigt het hieruit stromende bloed op. Om te voorkomen dat dit bloed direct stolt, spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid. Dit speeksel bevat een eiwit wat de bloedstolling remt. Sommige honden en katten vertonen echter een allergie voor vlooienspeeksel. 1 vlooienbeet kan dan al de oorzaak zijn dat de hond of kat zich gedurende 5 tot 7 dagen geen raad weet van de jeuk. Honden bijten hun onderrug bij de staartaanzet helemaal kaal en kapot. Bij de kat zijn vaak 10 tallen, over de gehele rug verspreide, bultjes en korstjes te voelen. De onderrug bij de staartaanzet, de buik en liezen kunnen kale plekken vertonen. Het voortdurend bijten en likken van de vacht kan leiden tot de vorming van haarballen in de maag en tot braken met de kans op vermagering. Deze vorm van allergische symptomen (overgevoeligheid) kan zowel bij de hond als kat snel en effectief worden bestreden. Daarbij moeten de vlooien afdoende, grondig en langdurig worden bestreden.

Bestrijding

Voor niet allergische (overgevoelige) katten kan er gekozen worden voor een langwerkende injectie. Deze injectie is gedurende een half jaar effectief. Deze injectie dood de vlo niet maar zorgt ervoor dat de vlo steriel wordt en zich dus niet meer kan voortplanten. Met dit middel kun je dus nog wel een klein aantal vlooien op de kat aantreffen, maar dit zal zorgen voor een vlooienplaag. Deze injectie is er alleen voor katten. Voor allergische (overgevoelige) honden en katten kunt u het beste een pipet voor in de nek gebruiken, let hierbij wel op dat het een pipet is die zich aan het huidvet hecht en niet door de huid in de bloedbaan komt. Een pipet die aan het huidvet hecht zorgt ervoor dat de vlo doodgaat zodra deze op de hond of kat springt en hoeft dus niet meer te bijten om in contact te komen met het middel. Met gebruik van deze pipetten wordt ook direct de omgeving bestreden en is het niet direct noodzakelijk om een speciale omgevingsspray te gebruiken, dit kan natuurlijk wel altijd.

Als er een vlooienbesmetting is (geweest) dan moeten niet allen de vlooien bestreden worden maar dan moet er een week na de vlooienbehandeling ook worden ontwormd. Dit omdat de vlo de tussengastheer is van de lintworm.

 

Back to top
Honden
Waarom een hond steriliseren?

Sterilisatie van de hond, waarom?

  1. jong steriliseren verkleint de kans op borstkanker op latere leeftijd.
  2. geen kans meer op baarmoederontsteking.
  3. geen kans meer op groeihormoonstoornis door de loopsheid.
  4. geen kans meer op suikerziekte door de loopsheid.

Historie

De hond stamt af van de wolf. De mens is zo'n 15000 jaar geleden begonnen om met de wolf te fokken. Men deed dit omdat de wolf net als de mens in groepen jaagde op grotere prooien. Omdat de wolf veel sneller is dacht men hem voor de jacht in te kunnen zetten. Dit bleek prima te werken. Later is men ook aan de uit de wolf gefokte hond andere functies gaan toekennen, zoals hoeden van vee,bewaken van het erf en bestrijding van "ongedierte" zoals ratten en mollen. Door dit selecteren op diverse eigenschappen van de hond hebben we nu een grote diversiteit aan hondenrassen.

De oorspronkelijke wolf werd maar 1 keer per jaar loops, werd dan gedekt en kreeg in het voorjaar (want dan hebben andere dieren ook hun jongen, die goed als prooi voor de jongen van de wolf kunnen dienen) een nest jongen. Dit nest werd gezoogd en dan was de cyclus weer rond. De wolf werd gemiddeld een jaar of 6 à 7 oud.

Borstkanker

Als je snel wilde selecteren in de honden die het meest geschikt waren voor hun functie, was het handig als de teefjes vaker dan 1 keer per jaar loops werden. Er werd dan ook geselecteerd op teefjes die 2 of 3 keer per jaar loops werden. Daardoor is onze hond nu ook vaak 2 à 3 keer per jaar loops. Echter de loopsheid van onze hond wordt maar zelden benut. Na de loopsheid is de hond hormonaal drachtig, dit terwijl ze niet gedekt is. Er is zelfs na de loopsheid in het bloed geen verschil te meten, qua hormoonspiegel,tussen een wel- en niet drachtige teef.

De teef denkt nu dus dat ze drachtig is en kan zelfs ongeveer 8 weken na het einde van de loopsheid doen of ze gaat bevallen. Als je denkt dat je drachtig bent, moet je na de bevalling ook melk geven aan de pups. Daarom is er bij elke hond na de loopsheid ook een melkgift, die echter niet bij alle honden even duidelijk te herkennen is. Hierbij treedt dus een onnodige stimulering van de melklieren op, want er gebeurt niets mee. Uit zeer uitgebreid statistisch onderzoek is nu gebleken dat hoe vaker die onnodige stimulering optreedt, hoe groter de kans is dat de hond op oudere leeftijd borstkanker krijgt.

Dus: HOE VAKER LOOPS, HOE GROTER DE KANS OP BORSTKANKER.

Baarmoeder ontsteking

Gemiddeld rond de 10e à 11e dag van de loopsheid (die ongeveer 19 à 20 dagen duurt) treedt de eisprong op, waarbij de hond gedekt kan worden. Normaal heeft het lichaam een grote afweer tegen binnendringende vreemde stoffen. Echter wanneer die "vreemde" stof sperma is kun je daar natuurlijk geen afweerstoffen tegen maken, want dan zou je jezelf uitselecteren doordat je geen nakomelingen krijgt.

Als er nu tijdens de loopsheid geen sperma maar een bacterie binnendringt, wat door de mindere lokale weerstand best kan, dan zal na het weer sluiten van de baarmoedermond deze in de op groei ingestelde baarmoeder zich goed thuisvoelen. In feite is dan de baarmoederontsteking begonnen. In een groot aantal gevallen zal het lichaam dit herkennen en alsnog door eigen afweer de onsteking effectief bestrijden. Als de onsteking doorzet wordt er steeds meer pus in de baarmoeder gevormd. Gifstoffen uit die pus komen in het bloed en belemmeren de nieren om voldoende vocht vast te houden. Hierdoor gaat de hond grote plassen doen die erg waterig zijn. Om uitdrogen te voorkomen gaat de hond MEER DRINKEN.

Voorts zal door de ontsteking de hond ook ziek en sloom worden. Als op het moment dat de pups geboren zouden worden de baarmoedermond opengaat kan de pus uit de vagina stromen. Dit is een SPOEDgeval. Als de baarmoeder al eerder overvuld is met pus is het zelfs mogelijk dat ze scheurt. De pus loopt dan de buikholte in. Dit is een levensbedreigende situatie, er moet onmiddelijk geopereerd worden.

Groeihormoonstoornis

Dit is de minst voorkomende complicatie bij de intacte teef. Omdat de teef denkt dat ze drachtig is maakt ze extra groeihormoon om de pups te laten groeien. Omdat er geen pups zijn kan dit groeihormoon op haar eigen lichaam gaan werken waardoor ze zelf groeit. Haar botten kunnen niet meer groeien maar weke delen kunnen dat nog wel. Vaak zie je dan dat na elke loopsheid de neus wat groter is geworden en dat de tanden wat verder uit elkaar gaan staan. Ook kunnen de ondervoeten steeds grover worden.

Suikerziekte

Om de pups te laten groeien is er naast groeihormoon ook suiker nodig als energiebron. Het groeihormoon zorgt ervoor dat er extra suiker in het bloed komt. Dit wordt echter niet gebruikt omdat er geen dracht is. Daarom zal de alvleeskier door extra insuline te produceren de overtollige suiker uit het bloed proberen kwijt te raken. Hierdoor laat het groeihormoon weer extra suiker maken enz. De alvleesklier verliest deze wedstrijd altijd, waardoor er onvoldoende insuline geproduceerd wordt. Nu hebben we het klinische beeld van suikerziekte.

De nieren kunnen de grote hoeveelheid suiker in het bloed niet vasthouden en verliezen dit. Aan deze verloren suikers wordt altijd een vaste hoeveelheid water gekoppeld. Daardoor doet de hond grote plassen. Ook hier moet de hond weer VEEL DRINKEN omdat ze anders zou uitdrogen. Deze teef is vaak niet zo ziek als de hond met een baarmoederontsteking. Ze is wel erg sloom doordat ze per saldo te weinig suikers in de lichaamscellen krijgt (want daar zorgt normaal het insuline voor, wat er nu te weinig is). Vaak voelt de urine van deze honden kleverig aan door de grote hoeveelheid suiker die er inzit.

Ook deze dieren moeten zo snel mogelijk gesteriliseerd worden in de hoop dat de alvleesklier zich nog kan herstellen. In ieder geval moeten zij door de eigenaar met insuline injecties behandeld worden om hun bloedsuiker gehalte op normaal niveau te houden. Hierdoor is de nazorg dan erg intensief en soms levenslang voor wat betreft insuline toediening. Ook is er soms na operatie de complicatie dat de wond door de suikerziekte slecht wil genezen.

Conclusie

Laat Uw hond 3 à 4 maanden na de eerst loopsheid of bevalling steriliseren. De eierstokken worden dan weggenomen.Als de baarmoeder niet mooi is wordt die ook verwijderd Bij het wegnemen van de eierstokken moet je eigenlijk van castratie spreken omdat je de organen die de geslachtscellen produceren wegneemt. Dit is dus niet onnatuurlijk maar probeert alleen de gevolgen van wat de mens door selectie heeft veroorzaakt te voorkomen.

Nadeel

Bij 5 tot 7% van de teefjes kan na sterilisatie, meestal op latere leeftijd, urine incontinentie optreden. Dit is met medicijnen goed te behandelen en weegt niet op tegen de hierboven beschreven risico's.

 

Back to top
Mijn hond inenten. Waartegen en wanneer?

Inenten

Na langdurig onderzoek is komen vast te staan dat sommige delen van de inentingscocktails die we aan kat en hond geven langer werken dan een jaar. Daarom is het mogelijk het entschema voor VOLWASSEN dieren aan te passen.

Entschema voor de hond

Het entschema voor de HOND gaat er als volgt uitzien.

  • 6 weken: pupenting hondenziekte en parainfluenza (kennelhoest virus)
  • 9 weken: parvo en weil enting
  • 12 weken: grote cocktail (hondenziekte, leverziekte, parainfuenza, parvo en weil)
  • 16 weken:laatste parvo en weil enting

Vanaf 9 weken kan er ook een neusdruppelenting tegen de bacterie (bordetella) die kennelhoest mee kan veroorzaken gegeven worden. De enting tegen Bordetella is een eis als enting bij haast alle pensions maar is ook zeer zinnig als de hond naar (puppy) cursus gaat.

  • 1 jaar: herhaling cocktail enting.
  • 2 jaar: herhaling ziekte van weil enting en evt kennelhoest enting.
  • 3 jaar: herhaling ziekte van weil enting en evt kennelhoest enting.
  • 4 jaar: grote cocktail en evt kennelhoest enting.
  • enz

Ziekte van Weil wordt overgebracht door honden- of rattenurine. Met name die laatste is in het waterrijke gebied waarin we leven een niet te onderschatten risico. De bescherming tegen ziekte van weil werkt maar 1 jaar en moet dus jaarlijks herhaald worden.

Kennelhoest wordt veroorzaakt door 2 virussen (daar beschermt de grote cocktail tegen gedurende 3 jaar) en door een bacterie (de Bordetella). De bescherming met de aparte Bordetella enting werkt maar 1 jaar. Het zou dus verstandig kunnen zijn deze samen met de enting tegen ziekte van Weil te combineren.

Als U met Uw hond naar het buitenland gaat moet het dier ook tegen hondsdolheid (rabies) gevaccineerd worden. Afhankelijk van hoe vaak en naar welk land U gaat is er veel informatie te geven over de rabiesvaccinatie. Bel dus tijdig als U met Uw huisdier naar het buitenland wilt gaan. Bij de vaccinatie wordt U ook uitgebreid op de hoogte gesteld van de ziekte risico's die Uw dier in de diverse buitenlanden kan lopen en hoe we daar preventief mee omgaan.

Voor meer informatie over uw dier in het buitenland, kijk bij "veel gestelde vragen" onder Met de hond of kat naar het buitenland. Waarmee moet je rekening houden?

Behalve de bescherming tegen ziektes vinden we de gezondheidscontrole en het wegen van Uw huisdier zoals dat bij elke enting wordt gedaan ook heel belangrijk. Dit is nl het moment om bepaalde problemen vroegtijdig op te sporen. Ook zaken die U als ouderdomsprobleem zou aanduiden blijken vaak goed te behandelen of te ondersteunen. Dus dit is OOK het moment om problemen aan te kaarten en advies te vragen en te krijgen.

Ook ontworming en vlooien/teken bestrijding is dan een onderwerp om door te spreken. Er blijkt bevoorbeeld een verband tussen opnemen van spoelworm eitjes van hond en kat door kleine kinderen en een eventuele asthma ontwikkeling bij deze kinderen. Goede ontworming werkt dus preventief.

Ook willen we eigenaren van jonge dieren uitnodigen om op een leeftijd van rond de 9 maanden nog eens (zonder consultkosten!) een controle afspraak te maken. De dieren zijn dan al goed op weg in hun ontwikkeling en dat is een mooi moment om ze nog eens te controleren en te wegen en evt problemen, bijvoorbeeld met gedrag, te bespreken en dan nog te kunnen bijsturen. Maar ook om het over castratie en sterilisatie te hebben. Misschien is er dan ook behoefte om nog weer geinformeerd te worden over vlooien/teken of wormen of over voeding. Alles kan ter sprake komen.

KORTOM: een jaarlijkse gezondheidscontrole met enting: Uw dier is het meer dan waard!!

De medewerkers Dierenartspraktijk Loosdrechtseweg

Back to top
Katten
Heeft mijn kat last van zijn/haar blaas?

Blaasproblemen bij katten

Bij poezen, zowel gesteriliseerde als niet gesteriliseerde is het meest voorkomende probleem de blaasontsteking. De verschijnselen hiervan zijn dat de kat vaak naar de bak moet, er lang opzit, hierbij klagelijk miauwt, terwijl maar een heel klein plasje wordt geproduceerd. Als de klachten wat langer bestaan kan er ook wat bloed bij de plas zitten, afkomstig van de ontstoken blaaswand.

Oorzaken

Blaasontstekingen kunnen verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is een ontsteking,vaak veroorzaakt door stress maar ook blaasstenen of zelfs gezwellen van de blaas kunnen tot dit soort klachten leiden. Het is daarom raadzaam om altijd als u een blaasontsteking vermoedt bij uw kat kontakt op te nemen met uw dierenarts. Alleen hij/zij kan beoordelen of er sprake is van een ontsteking of dat er meer aan de hand is. Meestal is een ontstekingsremmer voldoende om de klachten snel te verhelpen. Soms is verder onderzoek nodig. We kunnen hierbij denken aan onderzoek van de urine of een rontgenfoto van de blaas.

Blaasproblemen bij de (ex)kater

Ook bij katers zien we regelmatig blaasontstekingen, de verschijnselen zijn hetzelfde als bij de poes.

Een apart probleem vormen de zogenaamde plaskaters. Dit zijn zowel gecastreerde als niet gecastreerde katers die gruis in hun urine vormen. Dit zijn in feite hele kleine blaassteentjes.

Bij katers en ex-katers is het laatste deel van de plasbuis erg nauw. Vormt zo'n kater gruis in zijn urine dan kan dit de plasbuis verstoppen. Het gevolg is dat de kater zijn plas niet meer kwijt kan, de blaas overvuld raakt en de nieren het lichaam niet meer zuiveren van afvalstoffen. Kortom, de kater krijgt een niervergiftiging die binnen 36 uur dodelijk kan zijn!

U begrijpt dat dit uiteraard een spoedgeval is dat meteen door een dierenarts behandeld dient te worden. Die zal trachten de verstopping op te heffen door de plasbuis door te spoelen of, als dit niet lukt, de kater te opereren. Om herhaling te voorkomen is vaak naast een medicinale behandeling speciaal dieet-voer nodig. Dit voer gaat de vorming van gruis tegen en bevat tevens stoffen die al gevormd gruis weer oplossen.

Samengevat: vermoedt u bij uw poes of kater een blaasontsteking neem dan snel contact op met uw dierenarts.

Zeker bij een verstopte kater kan uitstel dodelijk zijn!!

Back to top
Hoe regel ik geboortebeperking bij mijn kat?

Geboortebeperking bij de kat

Inleiding

De meeste mensen die een jonge kat  nemen staan er niet bij stil dat het leuke jonge diertje, wat zij gekregen hebben, al na 6 tot 9 maanden geslachtsrijp is. Op deze leeftijd worden poezen voor de eerste keer 'krols' en gaan katers stinken. Poezen worden dan zeer aantrekkelijk voor katers  die op het liefdespad zijn. Indien geen maatregelen worden getroffen leiden zelfs kortstondige ontmoetingen tussen beide geslachten tot een vaak onverwachte gezinsuitbreiding 9 weken later.

Voorkomen krolsheid

De verschijnselen van 'krolsheid' bij de poes zijn: over de grond liggen rollen, poes is zeer aanhalig, ligt languit met het achterwerk omhoog, gaat zeer luidruchtig miauwen en zal proberen naar buiten te komen om achter de katers aan te gaan. Krolsheid en ook het krijgen van jongen kunt u tijdelijk voorkomen door het geven van 'de pil'. Deze is verkrijgbaar bij de dierenarts en moet elke 14 dagen worden gegeven. Nadelen zijn het 'vergeten te geven' of het ongemerkt uitbraken van de pil, waardoor uw poes toch onverwacht zwanger wordt. Voor langdurig gebruik als middel voor geboortebeperking is 'de pil' minder geschikt omdat na jarenlang gebruik vaak gezwellen (kanker) in de melkklieren ontstaan. Ook neemt de kans op baarmoeder ontsteking sterk toe.

Sterilisatie

Beter is het dan ook om te poes te laten 'steriliseren'. Door een operatie worden dan beide eierstokken en het grootste deel van de baarmoeder verwijderd waardoor de poes niet alleen onvruchtbaar wordt, maar ook geen tekenen van krolsheid meer gaat vertonen. De operatie is een betrekkelijk geringe ingreep en de poes kan dezelfde dag weer naar huis. Poezen kunnen gesteriliseerd worden vanaf de leeftijd van 6 maanden, het liefst nog wat later i.v.m. het uitgroeien van de poes. Heeft de poes een nestje gehad, dan kunnen zij al na 10-14 dagen weer krols worden. Het beste is dan de poes ca. 6 weken na het krijgen van de jongen te steriliseren. Preventief dus na de bevalling  tot de sterilisatie de poezen pil geven. Dat het voor poes beter zou zijn om eerst een nestje te krijgen is helaas een hardnekkig fabeltje. 

Castratie kater

Katers worden geslachtrijp als zij 6 tot 9 maanden oud zijn. Vanaf deze leeftijd kunnen zij de neiging krijgen overal tegen aan te plassen (het zgn. sproeien). Ook krijgt hun urine een doordringende 'katerlucht'. De kater is veel op pad en weinig huiselijk meer. Bij terugkomst zitten de katers vaak onder de krabben en abcessen tengevolge van hun luidruchtige nachtelijke gevechten. Een kater kan vanaf 6 maanden leeftijd gecastreerd worden. Het liefst nog als de kater wat ouder is i.v.m. het uitgroeien. 

Back to top
Heeft mijn kat last van zijn/haar schildklier?

Heeft mijn kat last van zijn/haar schildklier?

Uw kat heeft verschijnselen die passen bij een kat met een te snel werkende schildklier. De diagnose kan gesteld zijn/worden door klinisch onderzoek, waarbij met name naar de schildklier gevoeld wordt, eventueel aangevuld met bloedonderzoek waarbij de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed gemeten is en waarbij dan evt ook een aantal andere orgaanfuncties in het bloed gemeten kunnen zijn.

De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Veel eten en toch vermageren.
  • Erg veel/vaak zeuren om eten, direct mee lopen naar de keuken.
  • Onrust (niet meer lekker lang op een plek liggen maar vaak een nieuw plekje zoeken).
  • Liggen op koele plekken, koude vloer maar soms zelfs in de regen of op het natte gras.

Een te snel werkende schildklier heeft veel negatieve gevolgen voor het lichaam.

  1. vermageren.
  2. te snelle hartslag.
  3. soms nierproblemen.

Vermageren

De schildklier regelt hoe snel de verbranding van voedingsstoffen in het lichaam verloopt, dus eigenlijk de snelheid van de stofwisseling. Als de schildklier te snel werkt komt dat omdat de schildklier te veel schildklierhormoon maakt. Dit gebeurt bij de kat doordat de schildklier door een goedaardige vergroting(die we vaak kunnen voelen) meer cellen bevat die allemaal schildklierhormoon maken terwijl die te grote schildklier niet gevoelig is voor signalen uit het hersenaanhangsel dat er voldoende hormoon is en er dus niet extra gemaakt hoeft te worden. Die te grote hoeveelheid schildklierhormoon wordt allemaal aan het bloed afgegeven en daardoor gaat het lichaam veel te snel de voedingsstoffen verbranden. Naast verbranding van voedsel gaat het lichaam ook eigen weefsels(vet en spieren) verbranden. Hierdoor wordt het dier mager en bovendien vraagt het lichaam om meer voedingsstoffen en dus wordt het hongergevoel steeds sterker. Daarom zeuren deze katten vaak de hele dag om eten. Soms kan de verbranding zo uit de hand lopen dat de katten ook echt een te hoge lichaamstemperatuur krijgen. Ze hebben het te warm. Daarom gaan ze koele evt natte plekken zoeken om te liggen.

Hart

Ook de hartslag en met name het aantal hartslagen per minuut wordt mede door de hoeveelheid schildklierhormoon bepaald. Hoe meer schildklierhormoon, hoe sneller de hartslag. Een gezonde kat zal thuis tussen de 120 en 140 slagen per minuut hebben. Bij een te snel werkende schildklier kunnen dit er wel 240 worden. Op de lange duur kan het hart een zo groot aantal slagen niet volhouden. Het gaat langzaam "slijten". Daarbij zien we dat het hart te groot wordt en een te dikke wand krijgt als gevolg van de te grote vraag die er gedaan wordt. Hierbij neemt echter de kwaliteit van de hartfunctie af waardoor het niet meer effectief klopt. Hierdoor kan er zich vocht in de longen ophopen waardoor de kat benauwd wordt en gaat hoesten. Vaak zien we dan een snellere ademhaling (de kat is kortademig geworden). Ook kan de bloeddruk door het hartprobleem gaan stijgen. We kunnen de bloeddruk in de praktijk meten.

Nieren

Doordat er door de te snelle verbranding te veel afvalstoffen in het bloed komen, worden de nieren die deze (eiwit) afbraakproducten moeten uitscheiden meer dan normaal belast waardoor er nierweefsel kapot gaat.

Ook ontstaat nierschade door de te hoge bloeddruk. Dit komt omdat van elke hartslag een kwart van het door het hart uitgeworpen bloed door de nieren gaat om gefilterd te worden. Als de bloeddruk te hoog is wordt de nier letterlijk opgeblazen. Al het nierweefsel dat kapot gaat wordt vervangen door littekenweefsel. Dit littekenweefsel trekt zich samen waardoor de zogenaamde "schrompelnier"ontstaat.

De nier wordt dus kleiner en dat kunnen we meestal ook wel voelen. Als de nieren kleiner zijn kan het bloed er moeilijker doorheen stromen, waardoor het hart nog harder moet knijpen om genoeg druk te ontwikkelen om het bloed er toch doorheen te persen. Hierdoor stijgt de bloeddruk nog verder en zal het hart bovendien daardoor verder uitlubberen.

Om een indruk te krijgen zullen we meestal als we de hoeveelheid schildklierhormoon meten ook naar de nierfunctie kijken. Daarnaast kijken we in het bloed oa ook naar de leverfunctie(belangrijk bij evt. operatie want de lever moet het narcose middel afbreken) en of er geen bloedarmoede is, want het hormoon dat het beenmerg stimuleert om rode bloedcellen te maken wordt in de nieren gemaakt. Als er minder nierweefsel is(schrompelnieren)wordt er ook minder hormoon gemaakt en daardoor dus minder rode bloedcellen.

Het is belangrijk te weten dat een kapotte nier zich niet kan herstellen. Bovendien meten we pas in het bloed afwijkingen als 75% van de nieren al kapot is.

Door kapotte nieren zal de kat meer vocht verliezen(want een van de belangrijke functies van de nier is ook het vasthouden van vocht) en ook eiwit verliezen. U kunt dat herkennen doordat de kat grotere plassen doet(de bak is eerder nat) en vooral omdat hij meer drinkt om het grotere vochtverlies te compenseren, want anders zou hij uitdrogen. Soms valt niet zozeer meer drinken op alswel dat U de kat veel vaker ziet drinken.
Door het extra eiwitverlies wordt de kat ook mager.

Samenvattend is het zo dat de kat door de te snelle schildklierwerking mager wordt door te snelle verbranding en door eiwit verlies door overbelaste nieren.
Daarnaast wordt het hart overbelast en ontstaat een te hoge bloeddruk.

Overigens kunnen de hart en nierproblemen (meestal samen)ook voorkomen bij de (oudere) kat terwijl er geen te snel werkende schildklier is.

Therapie

We moeten proberen de oorzaak aan te pakken en dus zien dat de hoeveelheid schildklierhormoon afneemt. Er zijn tabletten om dat te realiseren en die zou U 1 tot 3 x per dag moeten geven. Vaak is het lastig om dat verder levenslang te moeten geven en ook zijn de katten soms slecht in te stellen. Wij kiezen daarom vaak voor het operatief verwijderen van de te grote schildklier(en).

Daarnaast wordt vaak aangeraden om medicijnen voor het hart te geven ivm het te hoge aantal slagen per minuut en/of voor de te hoge bloeddruk. Ook kan het noodzakelijk zijn om de kat ivm de verminderde nierfunctie(vastgesteld door bloedonderzoek) op nierdieet te zetten. Nierdieet wordt ALLEEN door dierenartsen verkocht en is NIET vergelijkbaar met seniorenvoeding.

Nierdieet moet levenslang gegeven worden en de hartmedicatie vaak ook.

Om het verhaal zo volledig mogelijk te maken het volgende; De schildklier wordt in de embryonale ontwikkeling aangelegd bij het hart en "loopt" later langs de luchtpijp omhoog om bij de geboorte uiteindelijk naast de luchtpijp vlak onder het strottehoofd te blijven liggen. Dit is dan ook de plaats waar we de te grote schildklier kunnen voelen. Een normale schildklier kun je NIET voelen.

In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat er bij het hart of onderweg naar boven schildklierweefsel verloren wordt wat op latere leeftijd zich kan vergroten en problemen geeft zoals boven beschreven zonder dat we een schildklier kunnen voelen. Door het meten van een te hoog gehalte aan schildklierhormoon kunnen we de diagnose dan wel stellen.

Het vaststellen waar het restant schildklier zit en het evt operatief verwijderen hiervan is werk voor een specialist. De "gewone"schildklier operaties doen we hier in de praktijk.

Back to top
Mijn kat inenten. Waartegen en wanneer?

Inenten

Na langdurig onderzoek is komen vast te staan dat sommige delen van de inentingscocktails die we aan kat en hond geven langer werken dan een jaar. Daarom is het mogelijk het entschema voor VOLWASSEN dieren aan te passen.

Entschema voor de kat

Het entschema voor de KAT gaat er als volgt uitzien.

  • 8-9 weken: katten en niesziekte enting
  • 12 weken : herhaling katten en niesziekte enting
  • 1 jaar : weer herhaling katten en niesziekte enting
  • 2 jaar : niesziekte enting
  • 3 jaar : niesziekte enting
  • 4 jaar : katten en niesziekte enting
  • enz

Katten die in pension gaan kunnen extra een neusdruppelenting krijgen tegen de Bordetella bacterie die daar nog wel eens een belangrijke rol speelt in de niesziekte problematiek.

Voor meer informatie over uw dier in het buitenland, kijk bij "veel gestelde vragen" onder Met de hond of kat naar het buitenland. Waarmee moet je rekening houden?

Behalve de bescherming tegen ziektes vinden we de gezondheidscontrole en het wegen van Uw huisdier zoals dat bij elke enting wordt gedaan ook heel belangrijk. Dit is nl het moment om bepaalde problemen vroegtijdig op te sporen. Ook zaken die U als ouderdomsprobleem zou aanduiden blijken vaak goed te behandelen of te ondersteunen. Dus dit is OOK het moment om problemen aan te kaarten en advies te vragen en te krijgen.

Ook ontworming en vlooien/teken bestrijding is dan een onderwerp om door te spreken. Er blijkt bevoorbeeld een verband tussen opnemen van spoelworm eitjes van hond en kat door kleine kinderen en een eventuele asthma ontwikkeling bij deze kinderen. Goede ontworming werkt dus preventief.

Ook willen we eigenaren van jonge dieren uitnodigen om op een leeftijd van rond de 9 maanden nog eens (zonder consultkosten!) een controle afspraak te maken. De dieren zijn dan al goed op weg in hun ontwikkeling en dat is een mooi moment om ze nog eens te controleren en te wegen en evt problemen, bijvoorbeeld met gedrag, te bespreken en dan nog te kunnen bijsturen. Maar ook om het over castratie en sterili satie te hebben. Misschien is er dan ook behoefte om nog weer geinformeerd te worden over vlooien/teken of wormen of over voeding. Alles kan ter sprake komen.

KORTOM: een jaarlijkse gezondheidscontrole met enting: Uw dier is het meer dan waard!!

De medewerkers Dierenartspraktijk Loosdrechtseweg

Back to top